De vraag lijkt simpel: is deze persoon een werknemer of een zelfstandige? Maar in de praktijk is het antwoord dat al jaren voor rechtbanken, in politiek Den Haag en bij de Belastingdienst wordt gevochten, allesbehalve eenvoudig.
De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden - de VBAR - moet daar eindelijk verandering in brengen. Met een gestructureerd beoordelingskader van drie gelijkwaardige categorieën indicatoren vervangt de wet de veel bekritiseerde Wet DBA. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026.
Maar wat betekenen die criteria concreet? En hoe weet je waar jouw situatie staat?
De belangrijkste inzichten
- De VBAR vervangt de Wet DBA met een gestructureerd beoordelingskader, gebaseerd op rechtspraak van de Hoge Raad in de Deliveroo- en Uber-zaken. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026 - zonder overgangsregeling.
- De wet beoordeelt arbeidsrelaties aan de hand van drie gelijkwaardige categorieën: W-indicatoren (werknemerschap), Z-indicatoren (zelfstandigheid) en OP-indicatoren (ondernemerschap). Geen enkele categorie weegt zwaarder dan de andere.
- Het gaat altijd om de werkelijkheid, niet het contract. Een zorgvuldig opgestelde overeenkomst van opdracht biedt geen bescherming als de dagelijkse praktijk iets anders zegt.
- Nieuw: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Verdient een werkende minder dan circa €36 per uur? Dan kan hij of zij claimen werknemer te zijn - en ligt de bewijslast bij de opdrachtgever.
- Naast de VBAR ligt er een alternatief wetsvoorstel: de Zelfstandigenwet. Die neemt een meer marktgerichte benadering, maar de praktische implicatie is identiek: je hebt aantoonbaar bewijs nodig van hoe de arbeidsrelatie in de praktijk functioneert.
- Goede urenregistratie is geen bijzaak - het is je sterkste bewijs. Wie geen data heeft, heeft geen verweer.
Waarom de VBAR er komt
De Wet DBA bestond al sinds 2016, maar creëerde meer verwarring dan duidelijkheid. Opdrachtgevers en zzp'ers wisten niet waar ze aan toe waren. De Belastingdienst handhaafde nauwelijks. En modelovereenkomsten bleken in de praktijk weinig waard.
Ondertussen wees de rechter steeds vaker de weg. In de Deliveroo-zaak (2023) en de Uber-zaak oordeelde de Hoge Raad dat de werkelijkheid van de arbeidsrelatie bepaalt of iemand werknemer is - niet de contractvorm. De VBAR codificeert precies die redenering in wetgeving.
Het resultaat is een beoordelingskader met drie gelijkwaardige categorieën. Ze worden elk apart gewogen, maar samen bepalen ze de uitkomst.
📚 Lees hier alles over HR-wijzigingen van 2026 en 2027.
De drie criteria van de VBAR
Hieronder staan de drie criteria beschreven.
W-indicatoren: aanwijzingen voor werknemerschap
De W-indicatoren signaleren dat iemand functioneert als werknemer - ook al staat er iets anders in het contract. Het gaat om de mate van inbedding in de organisatie en de mate van aansturing.
Voorbeelden van W-indicatoren:
- De opdrachtgever bepaalt wanneer, waar en hoe het werk wordt uitgevoerd
- De werkende volgt interne roosters of aanwezigheidsvereisten
- Er is sprake van toezicht, controle of functioneringsgesprekken
- De werkende is structureel ingebed in teams, overleggen en rapportagestructuren
- Het werk wordt verricht met tools, systemen of locaties van de opdrachtgever
Wat dit betekent in de praktijk: Een IT-specialist die fulltime op locatie bij de klant werkt, gebruik maakt van de klant-laptop en deelneemt aan de dagelijkse stand-up scoort hoog op W-indicatoren - ongeacht wat de opdrachtbevestiging zegt.
Z-indicatoren: aanwijzingen voor zelfstandigheid
De Z-indicatoren laten zien dat iemand daadwerkelijk zelfstandig opereert. Het gaat om autonomie in de uitvoering en het dragen van eigen risico.
Voorbeelden van Z-indicatoren:
- De werkende bepaalt zelf hoe, wanneer en waar het werk wordt gedaan
- Er is sprake van eigen financieel risico: bij een slechte uitkomst draagt de werkende de gevolgen
- De werkende gebruikt eigen materiaal, gereedschap of apparatuur
- De werkende bezit specifieke kennis of expertise die de opdrachtgever niet in huis heeft
- Er is geen sprake van direct toezicht of dagelijkse aansturing
Wat dit betekent in de praktijk: Een architect die een ontwerp levert op basis van een resultaatsverplichting, zijn eigen tools gebruikt en vrij is in de planning, scoort hoog op Z-indicatoren - ook als het project lang duurt.
OP-indicatoren: aanwijzingen voor extern ondernemerschap
De OP-indicatoren toetsen of iemand zich gedraagt als ondernemer op de markt. Dit gaat verder dan de opdracht zelf — het gaat om het bredere ondernemersprofiel.
Voorbeelden van OP-indicatoren:
- De werkende bedient meerdere opdrachtgevers en kan dit aantonen
- De werkende draagt btw af en beschikt over een actieve KvK-inschrijving
- De werkende investeert in het eigen bedrijf: opleiding, marketing, apparatuur
- De werkende besteedt aantoonbaar tijd aan acquisitie bij andere klanten
- De werkende heeft een eigen zakelijke identiteit: website, LinkedIn, offertetraject
Wat dit betekent in de praktijk: Een consultant die actief offertes uitbrengt bij andere klanten, een eigen website heeft en btw-facturen verstuurt, scoort hoog op OP-indicatoren - zelfs als hij of zij regelmatig voor dezelfde opdrachtgever werkt.
Hoe werkt de weging?
De drie categorieën wegen even zwaar. Er is geen formule die de uitkomst bepaalt - het gaat om een totaalbeoordeling op basis van alle relevante omstandigheden.
Een vuistregel: meer W-punten dan Z- en OP-punten samen? Dan is er risico op schijnzelfstandigheid. Maar ook de ernst en het gewicht van individuele indicatoren telt mee. Eén zwaarwegende W-indicator kan meer impact hebben dan drie lichte Z-indicatoren.
Wat de VBAR nadrukkelijk níet doet: een checklist bieden waarbij je een bepaald aantal punten haalt en daarmee veilig bent. De beoordeling blijft contextafhankelijk - en de Belastingdienst kijkt altijd naar het totale beeld.
Het rechtsvermoeden van werknemerschap
Naast de drie criteria introduceert de VBAR een nieuw instrument: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit geldt voor werkenden die minder verdienen dan circa €36 per uur — in 2026 waarschijnlijk €38.
Wat houdt dit in?
Een werkende die onder deze drempel verdient, kan claimen dat hij of zij werknemer is. De bewijslast verschuift dan volledig naar de opdrachtgever, die moet aantonen dat er sprake is van échte zelfstandigheid.
Waarom is dit relevant?
Voor veel sectoren — waaronder administratie, zorg, onderwijs en sommige IT-functies — liggen tarieven regelmatig rond of onder deze drempel. Opdrachtgevers die in die sectoren met zzp'ers werken, lopen een verhoogd risico en moeten hun dossiervorming op orde hebben.
Wat kun je nu doen?
- Inventariseer welke zzp'ers onder de uurtariefdrempel werken
- Zorg voor waterdichte documentatie van hun zelfstandigheid: meerdere opdrachtgevers, eigen tools, acquisitie-activiteiten
- Overweeg tariefafspraken te herzien als de relatie aantoonbaar zelfstandig is
VBAR versus Zelfstandigenwet: wat is het verschil?
Naast de VBAR ligt er een alternatief wetsvoorstel: de Zelfstandigenwet, ingediend door VVD, D66, CDA en SGP. Beide wetsvoorstellen lopen momenteel door de Tweede Kamer.
Ongeacht welk voorstel wordt aangenomen, blijft de kern hetzelfde: je hebt gestructureerde, betrouwbare data nodig over hoe arbeidsrelaties in de praktijk functioneren. De Zelfstandigenwet maakt aantoonbaar ondernemerschap niet minder belangrijk - eerder meer.
📚 Lees meer over Zelfstandigenwet en schijnzelfstandigheid: dit moet je weten in 2026–2027
Wat betekent dit voor de urenregistratie?
De VBAR beoordeelt de werkelijkheid - en de werkelijkheid staat in je data. Hoe werden uren geregistreerd? Op projectresultaten of op aanwezigheidsuren? Werkte de zzp'er ook voor andere opdrachtgevers? Werd er zelfstandig gefactureerd?
Wie geen gestructureerde urendata heeft, kan geen antwoord geven op die vragen.
TimeChimp ondersteunt je bij:
- Transparante urenregistratie: voor zzp'ers, flexwerkers en vaste medewerkers - met een volledige, onwijzigbare audit trail per project en opdrachtgever
- Projectmanagement: opdrachten inzichtelijk per opdrachtgever, scope en resultaat — precies de structuur die de Z- en OP-indicatoren vragen
- Goedkeuringsworkflows: intern én via het klantenportaal, zodat goedgekeurde uren digitaal zijn vastgelegd
- Rapportages: snel inzicht in contractvormen, urenpatronen en inzet per opdrachtgever
Conclusie
De VBAR maakt de beoordeling van arbeidsrelaties eindelijk concreter - maar niet makkelijker. De drie criteria vragen om een eerlijke kijk op hoe werk in de praktijk plaatsvindt, niet hoe je het op papier hebt geformuleerd.
Voor opdrachtgevers betekent dit: zorg dat je kunt aantonen wat de werkelijkheid is. Voor zzp'ers: zorg dat die werkelijkheid ook echt zelfstandigheid weerspiegelt.
De belangrijkste data om in de gaten te houden:
- 1 juli 2026 (beoogd): Wet VBAR treedt in werking, vervangt Wet DBA — zonder overgangsregeling
- Vanaf 2026: Vergrijpboetes mogelijk bij grove nalatigheid onder de Wet DBA
- 1 januari 2027: Einde zachte landing — standaardboetes zonder uitzondering
👉 Wil je weten hoe TimeChimp jou helpt bij het aantoonbaar vastleggen van arbeidsrelaties? Start een gratis proefperiode




